Leren voor Engels is niet leuk als je er niet goed in bent. In dit blog leggen we eerst uit wat voor taal Engels is en wat Engels moeilijk maakt. Vervolgens geven we je tips voor het leren van Engels zodat jij je goed kunt voorbereiden op de komende toetsen. 

Wat is Engels? 

Engels is een taal die in heel veel landen in de wereld gesproken wordt, hierbij kun je denken aan: Engeland, VS, Ierland, Nieuw-Zeeland en in Nederland. Er zijn ook een hoop landen waar Engels gesproken wordt die je misschien niet verwacht had. Engels is ook een officiële taal in bijvoorbeeld India, Rwanda, Malta en Fiji. Je komt Engels overal om je heen tegen bijvoorbeeld in muziek, games, gebruiksaanwijzingen en op tv. 

Wat maakt Engels moeilijk?

Engels is net als Nederlands van oorsprong een West-Germaanse taal. Toch zitten er veel verschillen tussen de talen. Hierbij kun je denken aan uitspraak, cultuur en zinsopbouw. Hier komen wij later in dit blog op terug. Daarnaast is Engels een veel gesproken taal en kom je er tegenwoordig bijna niet meer onderuit. 

Leren voor Engels: 5 tips en tricks
Engels lezen zorgt voor een verhoging van je woordenschat!

Tip 1: Nederlands naar Engels

In het begin is het handig om woorden uit het Engels te vertalen naar het Nederlands en andersom. Op deze manier breid je snel je woordenschat uit en maak je op een vrij eenvoudige manier kennis met Engels. Dit helpt je bij het leren voor Engels. Het vertalen kun je doen met iets wat je leuk vindt. Dit hoeft dus niet een tekst uit een leerboek te zijn. Hierbij kun je denken aan songteksten, memes of filmpjes. Een andere goede manier om de Engelse taal te leren is het kijken van films die je goed kent met Engelse ondertiteling. Op deze manier weet je wat er gaat gebeuren en kun je je goed focussen op hoe de woorden in het Engels klinken en hoe de zinsopbouw in elkaar zit. Dit kan je natuurlijk ook andersom doen. Hierbij willen wij wel meegeven dat de vertaling in films niet altijd 100% is. Sommige woorden hebben namelijk meerdere betekenissen of interpretaties en dit wordt niet altijd goed vertaald. Hier moet je dus wel rekening mee houden. 

Tip 2: Leren voor Woordenschat

Om te leren voor woordenschat is het belangrijk om veel in aanraking te komen met de taal, dit kun je doen door Engelse artikelen of boeken te lezen. Zoals in de vorige tip al naar voren kwam kan dit ook door het kijken van video’s of het spelen van games. Wij raden hierbij aan om een app te downloaden waarbij je kunt oefenen met Engels. 10 minuten per dag oefenen maak al een groot verschil. 

WIL JE MEER TIPS EN TRICKS OM BETER TE LEREN? BEKIJK ONZE UITGEBREIDE PINTEREST PAGINA! 

Tip 3: Leren voor Grammatica

De grammatica van de Engelse taal zit iets anders in elkaar dan de Nederlandse grammatica. Een voor de hand liggende maar hele belangrijke tip is dat Nederlands geen Engels is. Achter elke taal zit een eigen cultuur, je kunt het vergelijken met voetbal en basketbal. Er zijn overeenkomsten maar ook veel verschillen. Een tweede belangrijke tip om rekening mee te houden is dat de woordvolgorde anders is dan in het Nederlands. Bijvoorbeeld I am going to go to bed early tonight. De vertaling in Nederlands is ik ga vanavond vroeg naar bed. Zoals je ziet is de volgorde voor de woorden niet hetzelfde. Daarnaast worden ook niet alle woorden letterlijk vertaalt. Als derde tip hebben dat je bij het Engels extra goed moet letten op de tijden, als je dit niet doet dan wordt de zin erg krom. 

Tip 4: Leren voor Lees- en schrijfvaardigheid

Net als in het Nederlands is het belangrijk om veel te oefenen om de taal goed onder de knie te krijgen. Om je lees- en schrijfvaardigheid te verbeteren is het belangrijk om zoveel mogelijk met de taal in aanraking te komen. Lees Engelse teksten, kijk films in het Engels en schrijf is iets over. Als het gaat over lees- en schrijfvaardigheid is het belangrijk om het gewoon te doen. Op deze manier kun je goed leren voor Engels. 

Tip 5: Cultuur 

De Engelse taal heeft een hele andere cultuur dan die van Nederland. Engels komt oorspronkelijk ook van het West-Germaans net als Nederlands. Maar Engels wordt in veel meer landen over de wereld gesproken deze landen hebben allemaal een stukje eigen cultuur toegevoegd. Dit heeft ervoor gezorgt dat Engels veel verschillende dialecten heeft. De twee bekendste voorbeelden zijn Amerikaans Engels en Brits Engels. Naar de cultuur is de uitspraak van Engelse woorden anders. Vaak wordt gezegd dat de Engelse taal zachter is net zoals Frans. Nederlands en Duits worden over het algemeen gezien als hardere talen. 

Meest gemaakte fouten in de Engelse taal.

In de Engelse taal worden veel verschillende soorten fouten gemaakt. Dit komt voornamelijk omdat je gewend bent aan de regels in het Nederlands. De onderwerpen die aan bod komen zijn: Alfabet, relative pronouns, modal verbs, its vs it’s, too vs to en your vs you’re. Het is belangrijk om deze veel gebruikte fouten te onthouden als je bezig bent met leren voor Engels.

Relative Pronouns 

Who: Refereert naar personen die het onderwerp zijn.

Who knows the right answer? 

Whom: Refereert naar personen als ze het zelfstandig naamwoord zijn.

She’s the women whom I met 2 hours ago.

Whose: Refereert naar eigendommen.

Whose car is in front of the door?

Which: Refereert naar dieren en dingen.

The cat which sits in the corner is cute.

 That: Refereert naar mensen, dingen en dieren (kan je bijna altijd gebruiken).

The dog that eats the bone is hungry. 

Where: Refereert naar plaatsen.

Where is the train station?

When: Refereert naar tijd. 

When am I done with school?

 Why: Refereert naar redenen.

Why do I have to do this work?

What: Refereert naar dingen (is vaak bij een vraag).

What is that weird sound?

Modal verbs

Can: bekwaamheid, twijfel, toestemming, nette vraag

May: toestemming, kunnen, mogen

Must: Moeten, strenge noodzaak, logisch conclusie

Shall: intentie, veronderstelling

Will: wens, verlangen, willen, vertrouwen, iets in de toekomst

Ought to: morele plicht, dringend advies

Need: noodzaak

Have to: onwil, geforceerde omstandigheden

Would: wensen, een habbit van het verleden

Should: advies, schuld, aanbeveling, spijt

Used to: herhaalde actie in het verleden

Its vs It’s

It’s: Een samentrekking van it is of it has.

Its: Betrekking op een dier waarvan het geslacht niet bekend is.

It’s been a rainy day

The dog scratches its back

Too vs To 

Too: Ook of tevens

To: richting

I am sick and my sister is too

I am going to the doctor soon

Your vs You’re

Your: bezit

You’re: Samentrekking van you are

Is that your book over there?

You’re a fast reader!

Lukt het leren voor Engels niet echt?

StudyWorks heeft professionele coaches in dienst die je kunnen helpen met alle onderwerpen rondom Engels. Samen met jou gaat de coach op zoek naar wat jij lastig vindt en samen zorgen jullie dat je straks optimaal voorbereid bent op de toets.

Wacht niet langer en meld je vandaag nog aan voor Bijles Engels van StudyWorks. 
Dit kan natuurlijk ook online.